Beauty and Soul (Dutch version)

Schoonheid en ziel

Er zijn twee woorden die vaak worden gebruikt in soefigesprekken en die voor de meesten erg moeilijk te definiëren zijn: het ene is ‘schoonheid’ en het andere is ‘ziel’. Iedereen kan ongetwijfeld ‘schoonheid’ aanwijzen – een persoon die hij mooi vindt, of een plaats, een voorwerp of ervaring.  Maar om over zo’n bepaald voorbeeld algemene overeenstemming te krijgen, is  onmogelijk. Denk aan het moment in het verhaal van Leila en Majnun, wanneer Majnuns metgezellen zijn oordeel in twijfel trekken en hem vertellen dat er andere meisjes zijn die mooier zijn dan Leila, waarop Majnun antwoordt dat ze Majnuns ogen moeten lenen om Leila’s schoonheid te kunnen zien. Het is verleidelijk om dit te interpreteren als zou schoonheid slechts een persoonlijke mening zijn, maar als dat zo is, als schoonheid puur subjectief is, hoe kunnen we dan in absolute termen over God spreken als ‘de volmaaktheid van Schoonheid’?

Wat betreft de ‘ziel’, die is nog moeilijker te definiëren. Meer dan honderd jaar geleden probeerde een Amerikaanse arts aan te tonen, dat de ziel materieel was door patiënten te wegen op het moment van overlijden. De resultaten waren echter niet overtuigend en niemand is er ooit in geslaagd een ziel of een deel daarvan ter onderzoek en analyse te presenteren. Dus wat is de ziel dan?

Sommige mensen veronderstellen dat zielen de spookachtige gestalten zijn die op maanverlichte nachten rondzweven in verlaten huizen of begraafplaatsen. Of ze stellen zich een bevende gestalte voor die uit het graf is opgestaan en voor het goddelijke oordeel staat, in de hoop misschien naar boven te mogen vliegen om bij de engelen in de tuinen van het paradijs te zitten, maar in vreselijke angst om in de andere richting te worden geworpen om door spottende duivels te worden geroosterd. Deze beelden lijken de ziel gelijk te stellen aan onze persoonlijke geschiedenis, met alle gedachten en daden van een mensenleven – is dat de visie in de soefileer?

Als de ziel alleen maar de neerslag van ons leven was, zouden we dan moeten zeggen dat een pasgeboren baby geen ziel heeft? Dat lijkt geen bevredigend antwoord. Dit vers in Vadan Suras geeft ons echter een aanwijzing:
Voorwaar, de ziel kent geen geboorte,
geen dood, geen begin, geen einde.
Zonde kan haar niet raken,
noch kan deugd haar verheffen;
zij is altijd geweest en zal altijd zijn, en al het andere is haar omhulsel,
als een bol om een lamp.

Dit vertelt ons dat de ziel puur licht is, zonder verandering en onvergankelijk, hoewel de ziel kan worden verduisterd door ons persoonlijke verhaal en haar straling kan worden gewijzigd door bepaalde episodes daarin. Het is dankzij die zuiverheid van de ziel dat, wanneer we zeggen ‘Neem ons in Uw ouderarmen’, zij meer dan al het andere ons goddelijke erfgoed is.

Het omhulsel dat het licht van de ziel filtert en vervormt als een lampenkap over een lamp, is wat men de geest zou kunnen noemen. Dit omhulsel heeft een bepaalde invloed op de ziel, die zowel belastend als verheffend kan zijn, maar verandert de ziel op geen enkele manier. Uiteraard is de geest van elke persoon uniek, samengesteld uit de gedachten, daden en herinneringen van een heel leven. Sommige daarvan zijn zwaarder, sommige doorschijnender – en zelden zo helder dat ze transparant zijn.

Met dit inzicht kunnen we nu een verband leggen tussen ziel en schoonheid. In een van de Aforismen zegt Pir-o-Moershid Inayat Khan: “Schoonheid is de diepte van de ziel; in welke vorm dan ook uitgedrukt, is schoonheid een teken van de ontplooiing van de ziel.” Hij spreekt hier over de uitdrukking van schoonheid, die bijvoorbeeld kan worden waargenomen in de bloei van iemands persoonlijkheid, maar de oorsprong daarvan is de schoonheid van binnen. Met andere woorden, schoonheid is het licht van de ziel zelf. Wij zijn echter over het algemeen niet in staat om het licht direct waar te nemen, daarom herkennen we het indirect in alles wat ons het meest aantrekt of raakt. We zien het in de charme van de natuur, en zeker in geliefden, zoals Majnun het zag in Leila. Maar we zouden het ook zo kunnen zeggen: hij zag haar schoonheid dankzij zijn eigen schoonheid – haar schoonheid toonde hem het spiegelbeeld van zijn schoonheid. Het was in feite een glimp van zijn eigen ziel die hij zag, en daaruit ontstond hun epische liefdesverhaal. Schoonheid wekt onvermijdelijk liefde op, omdat de aantrekkingskracht van liefde het herkennen van onze gelijkenis is.

Vertaling Kariem Maas


Discover more from The Inner Call

Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.