Voorbij de God van een ijsje
De Meester Jezus zei ons elkaar lief te hebben, een les die alle wijzen in verschillende vormen hebben gegeven, maar de meeste mensen weten uit ervaring dat hun liefde grenzen heeft. Positief zijn tegenover sommigen en niet tegenover anderen is zo gewoon dat we het als vanzelfsprekend beschouwen, tenzij we, aangespoord door een spirituele leer, denken dat we onszelf moeten verbeteren, dat we ons best moeten doen om liefdevoller te zijn tegenover degenen die we kennen. Onlangs verwoordde een zoeker het als volgt: Ik kan Gods liefde voelen als ik alleen ben, en bij degenen die mij na staan, maar niet bij degenen die mij pijn doen of kwaad doen. Wat moet ik doen?
Het soefisme, zoals dat door Hazrat Inayat Khan wordt onderwezen, kent geen ‘moeten’. Elke ziel is op haar eigen reis, op weg naar het oneindige, en wat op een bepaald moment juist is voor de een, hoeft niet juist te zijn voor een ander. Maar wat het soefisme wel laat zien, is het pad naar het uiteindelijke doel van spirituele realisatie, en om de plaats van eenheid te bereiken moeten we de verdeeldheid opzij zetten die de ziel heeft geleerd als gevolg van haar komst naar deze aarde.
Liefde is oneindig en kent geen grenzen. Wanneer we sommigen niet liefhebben, wordt dat veroorzaakt door onze beperkte manier van kijken; als we met Gods ogen zouden kijken, zou er in ons hart plaats zijn voor iedereen.
Ongetwijfeld zullen sommigen zeggen: “Maar velen doen slechte dingen – hatelijke dingen. Hoe kunnen zij bemind worden?” En het antwoord is dat er een groot verschil is tussen wat een persoon doet en wat een persoon is. Meestal zijn we volledig in beslag genomen door de tijdelijke mantel van handelingen en vormen, en ons totaal niet bewust van de essentie die onze ware aard is. Onze gedachten, woorden en daden zijn slechts beperkte weerspiegelingen van het goddelijke licht dat ons wezen is; veel van wat er gebeurt – door onszelf als we eerlijk zijn, maar ook door anderen – is het niet waard om lief te hebben, maar als we inzicht hebben, zullen we erkennen dat mensen hiervoor meer te beklagen dan te verwijten zijn. Inderdaad, hoe meer we onszelf bestuderen, hoe meer mededogen we voor anderen moeten hebben, en met begrip de moeilijkheden zien waarmee ieder te maken heeft. En gezegend is de ziel die zich bevrijdt van de beperkingen en in staat is het goddelijke licht op een zuivere manier tot uitdrukking te brengen.
Als we merken dat we niet in staat zijn om van sommige mensen te houden, en als dit ons dwarszit en we onszelf willen veranderen, dan kunnen we de kwestie op twee manieren benaderen. De ene is om steeds dieper te kijken naar degenen die we niet mogen, en te proberen een andere kant te zien, of de essentie te zien die in hen schuilt. De andere is om dieper in God te kijken. Hij lokt ons met de dingen die we leuk vinden, met zachtheid, met vriendschap, met lieflijkheid, met mensen die (soms) beminnelijk kunnen zijn – met taart en ijs als dat is waar we gevoelig voor zijn – maar Hij is de God van alles en staat tegelijk boven alles. Hoe meer we ons overgeven aan Zijn Oneindigheid, hoe minder we zullen vinden om te bekritiseren in Zijn schepping.
Vertaling Kariem Maas
Discover more from The Inner Call
Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Spreuken zegt:
“Vertrouw op de HEER met heel uw hart en steun op uw eigen inzicht niet.” (Spreuken 3:5)
Men vroeg aan Mullah Nasrudin:
“Heb je de IJsverkoper gevonden?”
Nasrudin antwoordde:
“Nee.”
“Waarom blijf je dan zoeken?”
Nasrudin glimlachte.
“Het ijsje maakte mij nieuwsgierig.”
🌹