Is this heaven? Or the other place? (Dutch version)

Is dit de hemel? Of die andere plaats?

Naarmate de cultuur wereldwijd steeds materialistischer wordt, besteden mensen waarschijnlijk niet veel gedachten meer aan de hemel, de vermeende bestemming voor wie religieuze lessen ter harte neemt, noch aan de hel, de plaats van marteling en straf die beloofd is aan wie afdwaalt. Toch zien we het bewijs van het bestaan van beide als we alleen maar om ons heen kijken. Sommige mensen leven in een voortdurende wolk van lijden die sterk lijkt op de beelden van de verdoemden, terwijl anderen lijken te baden in eeuwige hemelse zonneschijn. We kunnen dit toeschrijven aan het willekeurige lot, maar in werkelijkheid is dit een illustratie van het gezegde in Gayan Boulas: “Hemel en hel zijn de materiële manifestatie van aangename en onaangename gedachten.”

In verschillende leringen trachtte Pir-o-Moersjid Inayat Khan de aard van de geestelijke wereld duidelijk te maken. In een van zijn Aforismen zei hij: “De geest (mind) is een wereld, een wereld die de mens zelf creëert; en daarin zal hij in het hiernamaals leven, zoals een spin leeft in het web dat hij heeft geweven.” Hetzelfde vinden we terug in deze uitspraak in Vadan Suras: “Waarlijk, de mens is zijn eigen geest (mind).”

Maar hoewel we die zelf creëren, blijft onze mind voor velen van ons een raadselachtig mysterie. Mensen zijn gewend aan de fysieke wereld. Geef de grootte, vorm en kleur van een voorwerp aan, en we hebben het gevoel dat we weten waar we zijn; we hebben een manier om het te begrijpen. Maar als het om een gedachte gaat, en misschien een gedachte over iets abstracts, zoals ‘genade’ of ‘liefde’ of ‘bescheidenheid’, dan is er niets om fysiek te wegen of te begrijpen; dan zijn we verloren, dwalend in de mist.

Hazrat Inayat Khan beschreef de geestelijke wereld (mind world) als een spiegelzaal, en we kunnen deze eigenschap herkennen in onze eigen reflectieve gedachten – bijvoorbeeld wanneer we merken dat de kleur van een theekopje ons doet denken aan iemand die we ooit kenden en die die kleur droeg, en dat de herinnering aan die persoon ons doet denken aan iemand anders, en die herinnering ons weer verder brengt, enzovoort. Maar de wereld van de geest staat niet vast als een reeks glazen spiegels, die voor elke bezoeker dezelfde visuele reis voortbrengt – ieders spiegelpaleis is uniek, opgebouwd uit de indrukken van zijn of haar eigen leven. Jouw ervaring van mijn theekopje zal puur de jouwe zijn.

Aldus is de geest van ieder mens zijn of haar eigen paleis, en bovendien een constructie die zichzelf in stand houdt, omdat die aantrekt waarmee die vertrouwd is. Als een dief naar Parijs gaat, zei Pir-o-Moersjid, zal hij in een mum van tijd een andere dief ontdekken, omdat hun minds vergelijkbare ervaringen delen en ze elkaar zullen herkennen. Hetzelfde kan gezegd worden van kunstenaars of muzikanten of gokkers of drinkers of anderen met een gemeenschappelijke interesse. De geest van elke persoon is gevuld met indrukken van zijn ervaringen, die in zekere zin het karakter van de geest vormen. Door dat karakter interpreteren we niet alleen de wereld die we waarnemen, maar trekken we ook datgene aan wat onze constructie bevestigt. Er is een oud gezegde dat zegt dat waar de heilige ook gaat, hij heiligen ziet, terwijl de zakkenroller alleen zakken ziet. Of zoals in het bijbelboek Spreuken staat: “Zoals een mens in zijn hart denkt, zo is hij.” De ultieme vervulling hiervan wordt uitgedrukt in de soefiwijsheid: “Zeg Allah, en Allah zult gij worden.”

In het licht hiervan zouden we ons kunnen afvragen wat het karakter van onze eigen geest is – ontwerpen we een hemel voor onszelf? Of een plek die meer zwavelachtig en vurig is? Wij zijn de architecten van ons paleis, en door de goddelijke gave van de wil kunnen we het ontwerp veranderen wanneer we maar willen – maar het vergt nauwgezette eerlijkheid om onszelf te zien zoals we werkelijk zijn.  In Vadan Boulas staat het volgende gezegde: “De mens ziet de goede kant van zijn eigen geest en de slechte kant van die van een ander.”

Een goede manier om het karakter van onze geest te testen, is door onze beperkingen te onderzoeken en wat wij uitsluiten. Afgezien van de dramatische, middeleeuwse beelden van vuur en rook, is de essentie van lijden beperking, en de essentie van het paradijs vrijheid. Als onze geest muren opwerpt en grenzen trekt, anderen afwijst en uitsluit, dan zijn we zelf beperkt en moeten we aan de slag om de constructie van onze geestelijke wereld te veranderen. (In de woorden van Gayan Talas: “Wie zegt: ‘Ik kan het niet verdragen’, toont zijn kleinheid.”) Als daarentegen onze horizon zich uitbreidt en we ons inspannen om boven verschillen en onderscheid uit te stijgen en anderen te begrijpen, als onze eerste impuls niet is om ons hart te sluiten maar om het te openen, dan reizen we in de richting van vrijheid. Dan kunnen we nadenken over deze uitspraak van Gayan Boulas: “Wie ruimte in zijn hart maakt voor anderen, zal zelf overal onderdak vinden.”

Vertaling Kariem Maas


Discover more from The Inner Call

Subscribe to get the latest posts sent to your email.