Liefde, minnaar en geliefde
Hoe ver we ook terugkijken door de nevelen van de menselijke geschiedenis, altijd kun je religieuze leiding ontwaren. Uit recentere millennia hebben we geschreven getuigen van gebeden en heilige geschriften, op perkament geschreven, op papyrus vastgelegd of in kleitabletten gegraveerd, en als we nog verder terugkijken, zien we de ruïnes van tempels en megalithische bouwwerken waar mensen zich duizenden jaren lang verzamelden. Voor de wijzen is het duidelijk dat de mensheid altijd een roep van Boven heeft gehoord, en die roep is steeds uitgedrukt in een vorm die paste bij het betreffende tijdperk. Soms werd de enorme, ingewikkelde harmonie van de schepping benadrukt door middel van stenen waarvan de situering nog steeds aansluit bij astronomische gebeurtenissen, soms wezen plechtige rituelen op een spirituele staat van zijn, soms werden goddelijke wetten gegeven (‘gij zult niet doden’) om orde te brengen in de samenleving. In de verdeelde wereld van vandaag, waarin ‘alles uit elkaar valt’, zoals de dichter W.B. Yeats zei, is de boodschap die ons is gegeven: eenheid. Daarom begint de soefi-aanroep met de woorden: ‘Tot de Ene…’
Voor velen is de beloofde eenheid die van onze menselijke familie. Het gebed Salaat benadrukt de ene Geest van Leiding die alle tradities inspireert, en eindigt met de oprechte wens dat de Boodschap van God de mensheid tot één familie moge maken, onder het Vaderschap van God. Het is een verlangen dat elk weldenkend mens aanspreekt. Stel je voor hoe we ons zouden verheugen als spanningen zouden verdwijnen zoals mist bij zonsopgang, en groepen en naties elkaar zouden kunnen toelachen. Dan zou de hele wereld samen rouwen om de fouten uit het verleden, en hand in hand werken om een hemelse toekomst te creëren voor elkaar en voor de komende generaties. Maar louter het verlangen naar deze eenheid brengt die nog niet tot stand. Om één te zijn met al onze zusters en broeders, moeten we leren met hen om te gaan; we moeten de leer van Jezus in praktijk brengen: Heb elkaar lief.
In gesprekken met zoekenden over de hele wereld is de meest genoemde moeilijkheid ‘hoe je de onbeminnelijken kunt liefhebben’. Het kan gaan om de daden van een moorddadig regime, of de slechtheid van een of andere groep, maar meestal heeft het te maken met lastige kennissen, collega’s of familieleden. ‘Ik kan wel liefhebben,’ zeggen mensen, ‘maar ik trek een grens als ik zie…’ en dan volgt de lijst met klachten. En hoe verder we op de spirituele reis komen, hoe pijnlijker we ons onvermogen voelen om iedereen onvoorwaardelijk lief te hebben. We horen de goddelijke instructie, niet alleen van Jezus maar van alle wijzen, en we willen die oprecht naleven – maar tot onze spijt merken we dat we daar niet toe in staat zijn.
Wanneer we een berg beklimmen, over rotsblokken klauteren, ons een weg banen langs omgevallen bomen, strevend naar de top die we tegen de blauwe hemel zien glinsteren, en dan bij een onoverkomelijke stenen muur komen, is het misschien tijd om een stap terug te doen en naar het grotere geheel te kijken, in de hoop een weg omhoog te vinden. Ja, het gebed Salaat geeft het voorbeeld van één enkele familie die wereldwijd de handen ineen slaat, maar eenheid is groter dan onze menselijke wereld. De Aanroep vertelt ons dat de Ene, ‘de volmaaktheid van liefde, harmonie en schoonheid’, het Enige Wezen is. Daarom is ‘eenheid’ de eenheid van alles: de eenheid van het ene Goddelijke Wezen waarin alle entiteiten, van vogels en dieren en mensen tot en met de ontelbare scharen van onzichtbare wezens, bewegen, dromen en leven.
Hoewel de onzichtbare, vormloze, alomtegenwoordige God bij ons aanwezig is en zich bewust is van de gehele Schepping, richten wij ons op de beperkte wereld die wij zien, en in het bijzonder op onszelf en, tegenover ons, degenen die wij als ‘onbeminnelijk’ beschouwen. Maar zolang we in onze wereld van afgescheidenheid verblijven, zal er altijd licht en schaduw zijn; er zullen mensen zijn die we in ons hart sluiten en mensen die we op afstand houden. Alleen door ons bubbelachtige zelf los te laten en op te gaan in de oneindige zee, maken we werkelijk onze liefde voor het Goddelijke wakker en zijn we in staat de goddelijke volmaaktheid van liefde te ervaren die alles koestert, zelfs de schijnbaar ‘onbeminnelijken’. Degenen om wie wij niet geven, worden zeker door God verzorgd, en wanneer wij van God houden, kunnen wij Zijn liefde voor iedereen ontdekken. Dit is de verwezenlijking van het gezegde van Gayan Boulas: “De mens leert zijn eerste les in liefde door een mens lief te hebben; maar in werkelijkheid is liefde alleen aan God verschuldigd.”
Vertaling Kariem Maas
Discover more from The Inner Call
Subscribe to get the latest posts sent to your email.
