Remembering that we are remembered (Dutch version)

Onthoud dat we herinnerd worden

Pir-o-Moershid Inayat Khan vertelde zijn studenten ooit het verhaal van een heerser in India, misschien een maharadja van een van de prinselijke staten, die ‘s nachts wakker bleef om te bidden en spirituele oefeningen te doen. Iemand aan het hof, bezorgd om het welzijn van de vorst, zei: “Majesteit, u hebt overdag zoveel verantwoordelijkheden. Zou het niet beter zijn om ‘s nachts wat rust te nemen?” Waarop de heerser antwoordde: “U begrijpt het niet. ’s Nachts herinner ik me God, en Hij herinnert zich mij overdag.”

Of we nu ‘s nachts waken of niet, er schuilt wijsheid in dit verhaal. Misschien krijgen we ‘s nachts een zekere mate van spirituele intimiteit, maar overdag moeten we voelen dat God aan ons denkt.

De spirituele reis kan eenvoudigweg worden omschreven als een allesomvattende inspanning om God werkelijkheid te laten worden. We beginnen met een concept dat we kunnen idealiseren, en dat ideaal komt langzaam tot leven door onze energie er steeds meer op te richten, totdat we het om ons heen voelen en merken dat het ons leidt en beschermt. Na verloop van tijd kun je in een toestand komen waarin die Aanwezigheid nooit afwezig is – een gezegende toestand die ‘Godsbewustzijn’ genoemd zou kunnen worden.

Maar fruit rijpt niet in één dag, en Godsbewustzijn manifesteert zich meestal ook niet in één keer. Vaker krijgen we in onze gebeden en meditaties eerst korte flitsen te zien, betoverende momenten van schoonheid en inspiratie die ons verheffen en aanmoedigen in onze toewijding. Het is beslist een risico dat we door deze lichtflitsen een te verheven idee krijgen over onszelf, maar al snel zal de worsteling van het dagelijks leven ons laten zien dat we niet van goud zijn gemaakt – nog niet, tenminste. Er is nog steeds een aanzienlijk deel klei. We struikelen, we raken in de war en afgeleid, we verwaarlozen onze plichten en soms verliezen we ons geduld. Aan het einde van een drukke dag lijken onze momenten van rust in de goddelijke sfeer vergeten te zijn.

Als echter ons dagelijkse ritme ons niet de mogelijkheid biedt om uit onze routine te stappen en te bidden en te mediteren wanneer onze gevoelens rafelig worden, is er nog steeds een manier om toe te laten dat het Goddelijke zich ons herinnert, zoals het de Maharadja in het verhaal herinnerde, en dat is door te zwijgen. Een van de deugden die in de Gatha’s (Suluk III) worden genoemd, is ‘kam sukhun’ of ‘spaarzaam zijn met woorden’. Het beheersen van de neiging om te spreken is een grote stap voorwaarts op het spirituele pad, omdat het psychische energie bespaart die zo vaak verspild wordt aan zinloze gesprekken over zaken die geen betekenis hebben. 

Wanneer we onze lippen sluiten, geeft dat onze geest energie en helderheid, maar het stelt ons ook in staat om te luisteren – niet naar buiten, maar naar binnen. De wereld is luidruchtig, en als we ons bewustzijn niet kunnen bewaken, zal het gewoon de herrie die uit alle richtingen komt weerkaatsen en zelfs versterken. Door onze spraak te beheersen, zijn we in staat om ons gehoor te richten op de innerlijke stilte, waar we opnieuw de Ene kunnen ontmoeten die zich ons herinnert. Dat is de wijsheid die we vinden in deze regels aan het einde van een Raga uit de Vadan: 
Toen ik U luid riep in mijn nood,
hoorde U niet de bittere kreet van mijn ziel. 
In lotushouding zat ik in stilte;
toen pas hoorde ik Uw roep.

Vertaling Kariem Maas


Discover more from The Inner Call

Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.