Cuentos: Nasrudín cuestiona sin rodeos al clérigo
El mulá Nasrudín siempre trataba de ser merecedor de su turbante, pero a veces podía hablar con tanta franqueza como cualquier otra persona. Una vez sucedió que estaba presente cuando un clérigo de modales muy piadosos estaba dando un sermón y tal vez Nasrudín no estaba muy convencido de su piedad.
“En todo lo que nos suceda”, dijo el clérigo con fervor a la congregación, “siempre debemos girarnos hacia Dios. Cuando seamos bendecidos, ¡debemos dar gracias sin cesar! Y cuando nos aflijan las dificultades, debemos aceptar humildemente Su voluntad y soportar con paciencia las dificultades que Él nos ha enviado”.
“Amigo”, dijo Nasrudín, “entonces, por favor, dime: si alguien te atrapa en un lugar solitario y comete un acto indecente contra ti, ¿lo considerarías una bendición por la que estar agradecido? ¿O una calamidad que hay que soportar con paciencia?”.
Traducido al español por Arifa Margarita Rosa Jáuregui
Discover more from The Inner Call
Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Met dank aan Google Translate voor de eerste oversteek van het Spaans naar het Nederlands — al blijft voorzichtig lezen nodig.
Dit Nasruddin-verhaal is scherp omdat het vrome taal toetst aan werkelijk lijden.
De geestelijke spreekt gemakkelijk over alles aanvaarden als Gods wil en moeilijkheden geduldig dragen. Nasruddin verwerpt dankbaarheid of geduld niet, maar hij vraagt wat er gebeurt wanneer zulke woorden worden toegepast op geweld, vernedering en schade.
Dan wordt de vraag onontkoombaar: kan religieuze taal wreed worden wanneer zij de gewonde vraagt te verdragen wat eerst als kwaad benoemd moet worden?
Jezus waarschuwt:
“Wee ook u, wetgeleerden, want u legt de mensen lasten op die moeilijk te dragen zijn, maar zelf raakt u die lasten met geen vinger aan.”
— Lucas 11:46
Overgave aan God mag nooit betekenen dat menselijk kwaad wordt goedgepraat of dat het slachtoffer zijn recht op waarheid en herstel verliest.
Nasruddins botheid is hier geen oneerbiedigheid. Het is barmhartigheid tegenover de werkelijkheid.
Iemand vroeg Mullah: “Maar moet men dan niet alles aan God overlaten?”
Mullah antwoordde: “Zeker. Maar begin niet met het slachtoffer het zwijgen op te leggen. Begin met de dader tegen te houden.”