There was once in China long ago a scholar who had a fox for a friend. The fox came to see him at night, and went walking with him in the villages. They could enter the houses, and see all that was going on, without people being any the wiser. But when at a distance the fox saw a red halo hanging above a house he would not enter it. The scholar asked him why not.
“Those who have such halos are all celebrated scholars,” answered the fox. “The greater the halo, the more extensive is their knowledge. I dread them and do not dare enter their houses.”
Then the man was surprised. He said: “But I am a scholar, too! Have I no halo which makes you fear me, instead of going walking with me?”
“There is only a black mist about your head,” answered the fox. “I have never yet seen it surrounded by a halo.”
The mortified scholar began to scold him, but the fox disappeared with a scornful laugh. And after that, the scholar felt ashamed to seek again the company of the fox.
Discover more from The Inner Call
Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Een prachtig verhaal over kennis die nog niet tot licht is gerijpt.
De vos ziet niet wat de geleerde weet, maar wat hij door zijn kennis is geworden. Boven de ware geleerden ziet hij een lichtkrans; rond deze man slechts een zwarte mist.
“Behoed uw hart, want daaruit zijn de uitgangen des levens.”
— Spreuken 4:23
De geleerde heeft zijn hoofd gevuld, maar zijn hart niet bewaard. Zijn kennis bleef hangen als mist.
“De vreze des Heren is het begin der wijsheid.”
— Spreuken 9:10
Wijsheid begint waar kennis nederig wordt. Niet waar iemand weet dat hij geleerde is, maar waar kennis gedragen wordt door ontzag, liefde en innerlijke zuiverheid.
“Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.”
— Mattheüs 5:8
De vos ziet de innerlijke gesteldheid. Misschien is die mist geen gebrek aan kennis, maar kennis die nog niet is omgevormd door het hart.
Hij prikt door de schijn heen, laat de geleerde ongemakkelijk achter bij de waarheid — niet uit wreedheid, maar omdat de waarheid soms alleen zichtbaar wordt als de waan breekt.
Misschien is de vos niet zijn vijand, maar zijn enige echte vriend. Hij lacht niet om de geleerde, maar om de kloof tussen wie hij dacht te zijn en wie hij werkelijk was.
Zo blijft de vraag staan:
Wat heeft onze kennis van ons gemaakt?