The Spirit of Duty (Dutch version)

De geest van plichtsbesef

Vaak worden we in het leven misleid door uiterlijkheden en ontdekken we later dat datgene wat ons zo sterk aantrok – een gezicht, een plek, een manier van leven – consequenties heeft. Als we dat beseffen, is het vaak te laat om nog van koers te veranderen, dus werken we ons door de gevolgen heen, genieten we van wat we kunnen en leren we misschien iets.

Hetzelfde patroon zien we terug in onze ‘spirituele’ liefdes. We komen een pad tegen, bijvoorbeeld het soefisme, en woorden als ‘liefde, harmonie en schoonheid’ maken iets in ons wakker. Voor we het weten, volgen we lessen, herschikken we onze agenda’s om naar evenementen of retraites te gaan en pakken we af en toe de werken van Hazrat Inayat Khan erbij om te genieten van uitspraken die moeiteloos de muren lijken te doen verdwijnen waarvan we niet wisten dat ze er waren. En dan krijgen we op een dag een schok – misschien door een zin als deze van Vadan Boulas: “In de geest van plicht schuilt de ziel van religie.” 

Het woord plicht wordt in het Westen vaak gebruikt om iets te beschrijven wat we niet leuk vinden, maar waaraan we niet kunnen ontsnappen. Bijvoorbeeld een feestje bij een moeilijke kennis of een lastig familielid waarbij we ons verplicht voelen om naartoe te gaan, maar dat we zouden vermijden als we een plausibel excuus hadden. Of het betreft de militaire dienstplicht, die voor sommigen op hun pad komt terwijl ze net denken ergens anders naartoe op weg te zijn. Voor westerlingen suggereert plicht dus dat iets gedaan moet worden, maar met minimale betrokkenheid – vergelijkbaar met het terugbetalen van een schuld. 

Als we nog eens kijken naar het gezegde uit de Vadan, zouden we ons kunnen afvragen: ‘Wat zouden we aan religie verschuldigd kunnen zijn? Betekent het regelmatig naar de kerk, de tempel of de moskee gaan?’ Maar een van de eerste lessen van religie, in welke vorm dan ook, is dankbaarheid tonen. Een bedachtzaam mens zou daar echter bij kunnen overwegen dat het hele leven een zo grenzeloos groot geschenk is dat onze dankbaarheid nooit voldoende kan zijn als tegenprestatie.

Wanneer evenwel Pir-o-Moershid Inayat het woord plicht gebruikt zoals in dit gezegde, denkt hij waarschijnlijk aan het Sanskrietwoord ‘dharma’. Het is waar dat het vertaald kan worden als ‘plicht’, maar het impliceert veel, veel meer. Om het concept van dharma te begrijpen, moeten we de schepping niet zien als een chaotische storm van objecten en gebeurtenissen die nergens toe leiden – en daarom uiteindelijk zinloos zijn – maar als een levend veld van zijn dat is gevormd om een doel te vervullen. Het doel ligt misschien buiten ons beperkte begrip, maar we kunnen wel de wetten van harmonie observeren die ons erop afstemmen, en door ze te volgen kunnen we een geordend of rechtvaardig leven leiden. In de christelijke geschriften wordt soms het woord ‘godsvrucht’ gebruikt, wat een niet erg duidelijke vertaling is van het Griekse woord ‘eusebeia’, dat ‘eerbied’ betekent en dat in de derde eeuw v.Chr. door koning Ashoka werd gebruikt om de term ‘dharma’ te vertalen. Met andere woorden, als we met eerbied de harmonie van de Schepping observeren, vervullen we de dharma.

Het woord dharma verwijst ook naar spiritueel onderricht. In het boeddhisme wordt alles wat Boeddha Shakyamuni onderwees ‘dharma’ genoemd. Wanneer het gebed Salaat tot de Boodschapper spreekt als degene die “van boven komt wanneer Dharma in verval is”, suggereert dit een situatie waarin het spirituele bewustzijn verloren is gegaan en eerbied en harmonie zijn verdwenen. De uitspraak uit de Vadan suggereert dat we het als een heilige plicht kunnen zien om eerbied opnieuw te doen ontwaken, en als we het ideaal van God in ons hart zijn gaan vormen, dan is ‘plicht’ niet langer een wettelijke verplichting, maar wordt het een voorrecht. Om dit duidelijker te maken, kunnen we ons twee mensen voorstellen die hetzelfde werk doen en beiden een baan aangeboden krijgen. De ene gaat werken voor iemand zonder bijzondere verdiensten of onderscheiding, en de andere vindt een plaats in het paleis en dient dus de koning. Ze doen hetzelfde werk en worden evenveel betaald, maar het is waarschijnlijk dat de laatste veel meer betekenis en voldoening zal vinden in wat hij doet. De eerste ontvangt zijn loon, maar meer ook niet, terwijl degene die in dienst van de koning werkt dubbel wordt beloond. Daarom vinden we in Vadan Boulas ook: “De waarde van plicht ligt in het plezier om deze te vervullen.”

Vertaling Kariem Maas


Discover more from The Inner Call

Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.