Untying knots (Dutch version)

Knopen ontwarren

De meeste mensen, onder wie helaas ook de meerderheid van de leerlingen op het soefipad, leven niet in het besef van Eenheid, maar in dualiteit. Met andere woorden, er is een muur tussen ‘mij’ en al het andere. We kunnen de Aanroep (Tot de Ene… enzovoort) reciteren om onze reisrichting aan te geven, en we kunnen denken dat we het concept van eenheid begrijpen, maar er is een grote kloof tussen concept en ervaring. Je kunt een boek over zwemmen lezen en het principe perfect begrijpen, maar dat is niet hetzelfde als in de schuimende golven duiken en door Het Kanaal spetteren.

De staat van afgescheidenheid brengt natuurlijk allerlei moeilijkheden met zich mee, zoals de vreselijk slopende ziekte van zelfmedelijden en de chronische en bijna universele irritatie – soms tot het punt van ontsteking – die we jegens andere mensen ervaren. Fundamenteler echter is onze scheiding van God. In zekere zin zou men kunnen denken dat het onmogelijk is om zich gescheiden te voelen van de Almachtige, Die ons dichter is dan onze ziel, maar het mysterie van Zijn schepping dwingt ons om Hem te zoeken, hoewel Hij nooit afwezig is.

Er wordt gezegd dat iemand Hazrat Nizamuddin Auliya eens vroeg naar het raadsel van de schijnbare dualiteit, en dat hij antwoordde met een nuttige analogie. Hij nam een draad, liet die aan de vraagsteller zien en vroeg: “Wat is dit?” 

De persoon antwoordde: “Huzoor (Hoogheid), het is een draad.”

Toen maakte de heilige een knoop in de draad, liet die opnieuw zien en zei: “Wat is het?”

Het antwoord was: “Mijn Heer, het is een knoop.”

En toen zei Hazrat Nizamuddin: “Je ziet een knoop, maar het is nog steeds een draad. De draad heeft een tijdelijke identiteit als knoop; de knoop is slechts een toestand van de draad; de draad is de noodzakelijke essentie waaruit de knoop is samengesteld.”

En op dezelfde manier is God de noodzakelijke essentie waaruit de hele schepping is gemaakt – maar beperkt door zijn tijdelijke identiteit heeft de knoop niet de eigenschappen van de vrije en flexibele draad, en ook wij schepselen laten – meestal – niet meer dan een vage glimp zien van de goddelijke eigenschappen van de Schepper. 

Metaforen hebben hun beperkingen, maar als we even bij het beeld van de knoop blijven, zou je kunnen zeggen dat ieder mens uit vele knopen bestaat: de knopen in de geest van alle concepten en meningen die we hebben geleerd; de knopen van emotie en gehechtheid die het ego binden en verhinderen dat het in het oneindige ronddwaalt; en de zeer strak gebonden knopen van zintuiglijke ervaring en het fysieke lichaam. Om de staat van Eenheid te bereiken, moeten we dus beginnen met het ontwarren van de knopen waarin de goddelijke draad gevangen zit. Dat kan moeilijk en vervelend zijn, en als we onverstandig te werk gaan, lopen we een groot risico om nog meer met onszelf bezig te zijn, waardoor onze situatie alleen maar erger wordt. De wijzen kennen echter een geheim (dat ze graag met iedereen delen): wanneer de knopen worden gewassen door het water van de liefde, beginnen ze op wonderbaarlijke wijze los te raken. 

Alleen liefde kan ons bevrijden van dualiteit, en hoe meer de liefde gezuiverd is van eigenbelang, hoe sneller zij haar wonder kan verrichten. Liefde in haar hoogste vorm spoort ons aan om alles te geven en niets terug te vragen, om onszelf met onze lastige afzonderlijke identiteit te vergeten, en de ware minnaar aanvaardt dit zonder vragen te stellen. De soefidichters overdrijven niet wanneer ze spreken over de minnaar die zijn hoofd aan de voeten van de Geliefde legt. Als we ons dan afvragen hoe we het beste kunnen liefhebben, vinden we in Vadan Boulas: “De beste manier om lief te hebben is te dienen.”

Vertaling Kariem Maas


Discover more from The Inner Call

Subscribe to get the latest posts sent to your email.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.