Bezoekers
Hoe ontvang je een bezoeker bij je thuis? Het antwoord hangt sterk af van je relatie met die persoon – een familielid, dichtbij of ver weg, een vriend, een collega of een vreemde. In elk geval zul je waarschijnlijk een plicht tot gastvrijheid voelen en je best doen om de gast zich welkom te laten voelen. Misschien bied je iets te drinken of te eten aan – van een glas water tot een uitgebreide maaltijd – en zul je waarschijnlijk proberen de meest zichtbare sporen van zelfgenoegzaamheid en verwaarlozing te verbergen, die we gemakkelijk over het hoofd zien als we alleen zijn.
In een van de Aforismen zegt Hazrat Inayat Khan: “Velen lijken wakkere waarnemers van het uiterlijke leven, maar slapen wat betreft het innerlijke; en hoewel de kamer van het hart voortdurend wordt bezocht door de hemelse heerscharen, kennen zij hun hart niet, want daar komen ze niet.”
In de Gayan Boulas vinden we ook deze uitspraak: “Het menselijk hart is het huis voor de ziel, en van dit huis hangen het comfort en de kracht van de ziel af.” Het beeld is dus dat hemelse heerscharen – waarmee, zo mogen we aannemen, grote aantallen engelen of andere hemelse wezens van licht worden bedoeld – voortdurend ons huis binnenkomen, terwijl wij te zeer door de materiële wereld om ons heen in beslag worden genomen om hun komst op te merken.
Dit is in tegenspraak met de gebruikelijke veronderstelling dat onze ‘innerlijke ruimte’ privé is. We denken dat we onze gedachten en gevoelens kunnen verbergen, maar dat is niet zo. De muren zijn denkbeeldig. We bewegen ons door het leven omringd door een zelf gecreëerde wolk van stemmingen en kwesties die we ons vaak niet bewust zijn; een wolk die zich veel verder uitstrekt dan we veronderstellen. Deze onwetendheid maakt ons ongelukkig – hoe zouden we ooit vrede kunnen vinden als we niet eens weten waar we wonen? Het ‘leven daarbuiten’ waarover Pir-o-Moershid Inayat spreekt vinden we interessant maar kan ons nooit bevredigen; daar kunnen we ons nooit echt thuis voelen.
Om ons in ons huis te vestigen, moeten we de deur vinden en openen. De zekerste manier om het hart te openen is via de onvermijdelijke pijn van de liefde; een zachtere behandeling wiegt ons alleen maar in slaap, terwijl de scherpe en rusteloze pijn van verlangen en teleurstelling slapen onmogelijk maakt.
Als we eenmaal de weg naar binnen hebben gevonden, zouden we onze verantwoordelijkheid kunnen overwegen om ons huis geschikt te maken voor bezoek. Net zoals we ons uiterlijke huis versieren met kleuren, afbeeldingen en voorwerpen, zouden we ons best kunnen doen om het huis van de ziel te verfraaien. Maar hoe?
Het is een vorm van contemplatie om te zeggen: “Dit is niet mijn hart; dit is het altaar van God.” In verschillende tradities is het gebruikelijk om een offergave op een altaar te plaatsen. Het meest geschikte offer is alles wat we waarderen, en aangezien het altaar in dit geval een levend altaar is, zouden we het hart zelf kunnen vragen wat het het meest zou behagen. Het hart zal ongetwijfeld antwoorden: Schoonheid! Daarom moeten we ernaar streven alles wat onaangenaam is weg te houden, en in de kamer van het hart alleen schoonheid te bewaren die ons verheft; dan zullen we graag ons huis delen met geëerde gasten.
Vertaling Kariem Maas
Discover more from The Inner Call
Subscribe to get the latest posts sent to your email.
