Wat is het nut van bidden?
Honderd jaar geleden, tijdens een bijeenkomst waarin Hazrat Inayat Khan leerlingen opleidde om het soefisme te helpen verspreiden, stelde een moeried een vraag – of beter gezegd, deed een uitspraak. De student zei dat hij (of zij – het geslacht is niet vastgelegd) het allemaal heel mooi vond, en dat de band met Moersjid en de Beweging een groot gevoel van troost gaf – maar….
De verklaring die volgde was dat, ondanks alle schoonheid van het soefisme, deze persoon het erg druk had en zich er niet toe kon zetten om de gebeden te zeggen. “Woorden die zijn verzonnen, zelfs al zijn ze van Moersjid” waren onaanvaardbaar; “het” moest uit het hart komen, zei deze persoon, en niet in een bepaalde vorm.
Misschien bezorgde deze uitspraak Hazrat Inayat een gevoel van teleurstelling, maar hij was veel te hoffelijk om dat te zeggen. In plaats daarvan gaf hij een kort antwoord, langs twee lijnen: over de aard en het doel van het gebed, en de gevoelens van deze specifieke moeried.
Gebed, zei hij, betekent niet denken of voelen of verbeelden. Een gebed, legde hij uit, zijn woorden die worden uitgesproken ter ere van de Heer. En dit is, zoals vaker beschreven in Inner Calls, niet omdat de Heer onze gebeden nodig heeft, verre van dat. Onze gebeden kunnen het Ene Wezen nooit verheerlijken of verrijken, maar ze kunnen onszelf wel degelijk verheerlijken en verrijken, zolang we onze aandacht echt op de Heer gericht houden; dat is hun doel. Zoals onze Moersjid uitlegt: “De woorden die je uitspreekt worden opgeslagen in je geest” en blijven voortdurend in het diepst van je geest werken. “Daarom”, concludeert hij, “is de kracht van het gebed dat wordt uitgesproken groot”.
Natuurlijk heeft gevoel zeker een plaats in het gebed. Wanneer de woorden van een gebed worden bezield door een sterk gevoel, worden ze nog dieper in onze geest gegrift, net zoals de bewegingen van het lichaam bij het bidden ook een duidelijker indruk op ons maken. Proberen te bidden met alleen gevoel zou echter ondoeltreffend en vaag zijn.
Niettemin liet Pir-o-Moersjid Inayat in dit geval de beslissing over aan de persoon in kwestie. Als de moeried zich verontrust voelde bij het bidden, zei hij, dan moest het gebed niet worden uitgesproken. “Onze tevredenheid,” zei Murshid, “bestaat eruit dat de persoon zelf tevreden is. Als een patiënt zegt: ‘Ik ben genezen’, mag een arts hem geen medicijnen geven. … Als hij gelukkig is zonder te bidden, willen we hem niet ongelukkig maken door te bidden.”
We moeten echter voorzichtig zijn om niet te veel betekenis te hechten aan de concessie van Moersjid. Hij bedoelde niet dat elke moeried zijn eigen praktijken moest kiezen, maar alleen dat we niemand dogmatisch spirituele remedies mogen opleggen. Aan het begin van de spirituele reis is het noodzakelijk om toe te geven dat we niet zo geweldig zijn als ons ego misschien beweert, en dat we onze zwakheden moeten aanpakken. De Moersjid heeft mogelijk de juiste medicijnen voorgeschreven, maar ze accepteren en de bereidheid om ermee te werken, is een groot deel van onze genezing.
Vertaling Kariem Maas
Discover more from The Inner Call
Subscribe to get the latest posts sent to your email.
