Waar woon je?
Als we iemand vragen waar hij woont, noemt hij misschien een bepaald dorp of een bepaalde stad, of een bepaalde straat in een grote stad, of misschien een ander land of continent. Maar ‘waar’ betekent niet altijd een fysieke locatie, zoals we zien in dit aforisme van Hazrat Inayat Khan: “Wie in zijn geest leeft, is zich bewust van de geest; wie in zijn ziel leeft, is zich bewust van de ziel.”
Zoals zoveel soefigezegden, geeft ons dit aforisme een manier om onszelf te onderzoeken, een manier die we misschien nog nooit hebben overwogen om inzicht in onszelf te krijgen: leven we in onze geest? Of leven we in onze ziel? Is er nog een andere mogelijkheid? En als we erin slagen te bepalen waar we leven, wat zijn dan de implicaties voor ons in ons leven en voor onze spirituele reis?
Er zijn natuurlijk mensen die in hun lichaam leven, of bijna uitsluitend in hun lichaam. Hun leven speelt zich af via hun zintuigen; hun zintuiglijke ervaringen leiden hen of, beter gezegd, beheersen hen, en hun horizon is beperkt tot het fysieke vlak. Maar als we interesse hebben in het soefipad, is het waarschijnlijk dat we ons boven dit niveau hebben verheven – of ons daar naartoe bewegen – en dat we een deel van de tijd of het grootste deel van de tijd in onze geest leven. Hazrat Inayat Khan heeft, net als andere soefi’s in het verleden, de wereld van de geest een spiegelpaleis genoemd, omdat de ene weerspiegeling tot de andere leidt, en die weer tot de volgende, enzovoort, tot in het oneindige. Als we in staat zijn om de geest te sturen, kan deze eigenschap grote schoonheid voortbrengen – zoals wanneer een dichter de wang van de Geliefde ziet in de kleur van de lucht bij zonsondergang, en een elegant vers bedenkt om dat moment te beschrijven. Maar de meeste mensen zijn zich weliswaar bewust van hun geest, maar hebben er slechts beperkte controle over, en hun paleis van spiegels lijkt meer op een dierentuin die bewoond wordt door een onhandelbare groep apen, die altijd springen en kletsen.
Dit betekent natuurlijk dat er veel lawaai is, in de zin van ongewenste gedachten die binnendringen, en het gebrek aan controle betekent dat het noodzakelijke werk om onze meningen en vooroordelen op te ruimen ook moeilijk is. Veel mensen gaan ervan uit dat hun geluk of ongeluk afhangt van de gebeurtenissen in hun leven, maar in werkelijkheid zijn het onze eigen etiketten en aannames die ons ongelukkig maken. Wanneer we in staat zijn om die los te laten, ontdekken we dat het geluk er altijd al was, verborgen onder onze troebele denkgewoontes. Maar deze zuivering is alleen mogelijk als we voldoende concentratievermogen hebben om de apen onder controle te krijgen. Dan kunnen we erkennen hoezeer we gevormd en beperkt worden door onze gedachten, en ons daarvan beginnen te bevrijden.
Het aforisme zegt niet of ‘geest’ alleen verwijst naar het oppervlak, het denkende deel, of dat Pir-o-Moershid het in bredere zin gebruikt, want dan zou het ook de diepte van het bewustzijn, of het hart, omvatten. Het hart is ook een spiegel, maar om goed te kunnen reflecteren, moet het eerst worden gereinigd van de ego-roest die zich daar gewoonlijk ophoopt. Wanneer het kleine zelf, dat wil zeggen ons concept van afgescheidenheid, wordt weggeschraapt, zal het hart met een diep gevoel reageren op alles wat ervoor wordt geplaatst. Als het hart gericht is op de schoonheid van een geliefde, zal die persoon ons bewustzijn vullen. En als we door gebed en meditatie een goddelijk ideaal hebben gevormd en ons hart daarop richten, zal ons bewustzijn gaan gloeien met het licht van God.
Dan kunnen we zeggen dat we in onze ziel leven. De ziel is, volgens soefibegrippen, licht, goddelijk licht, met andere woorden het licht van God, en hoewel ze de fysieke en mentale kleding van individualiteit draagt, is ze inherent één met het oneindige leven en licht dat haar op haar reis heeft gestuurd. Wanneer we ons daarvan bewust worden – wanneer we daarin beginnen te leven – dan vergeet ons hart alle beperkingen en breidt het zich ook uit tot in het oneindige. We vinden alles in onszelf en onszelf in alles. Dat is wat wordt uitgedrukt in deze uitspraak van de Gayan Chalas:
De mens als mens is in staat om één iemand lief te hebben,
maar zijn ziel als het licht van God
is in staat om niet alleen de wereld lief te hebben, maar zelfs duizend werelden;
want het hart van de mens is groter dan het hele universum.
Vertaling Kariem Maas
Discover more from The Inner Call
Subscribe to get the latest posts sent to your email.
